Dag 9,
10 september 2007: Xi’an,
park, muur, stad, vlucht naar Lijiang via Kunming
Na
een heerlijke nacht
sta ik om 7:30 uur op en pak mijn koffer en rugzak helemaal uit en weer
helemaal in. Dit ritueel zal zich de komende dagen nog vele malen
herhalen. Om
8:30 uur ontbijt ik uitgebreid samen met Mike. Ik haal mijn spullen uit
mijn
kamer en check alvast uit, zodat ik deze dag mijn handen vrij heb om
Xi’an
verder te verkennen. Op de kaart heb ik uitgevogeld welke richting ik
moet
lopen om in het park te komen. Mike gaat met mij mee en we lopen de
brede
straat uit richting de omringende muur en stadspoort. Als we de
zuiderpoort
gepasseerd zijn, steken wij de straat over, ontwijken een partij
auto’s en enkele
stampvolle autobussen en lopen meteen links het park in. Het is een
lang smal
park dat direct buiten de poort tegen de stadsmuur gelegen is. Aan de
andere
kant van het park ligt een breed kanaal. In het park heerst een
weldadige rust.
Een scherp contrast met het hectische verkeer dat wij zojuist
getrotseerd
hebben. Op een
kleine binnenplaats
beoefenen enkele vrouwen tai chi. Even verderop staan een paar banken,
gedeeltelijk bezet door oudere mannen en vrouwen. Voor de banken is een
klein
ovaal circuit aangelegd. Het pad is daar 1.50 meter breed en bestaat
uit kleine
puntige steentjes, die rechtop ingelegd zijn. Ik zie nu ook beter wat
die
mannen en vrouwen aan het doen zijn op de bank. Ze trekken daar hun
schoenen en
sommigen ook hun sokken uit om vervolgens rondjes te gaan lopen op de
puntige
steentjes. Met hun armen doen zij tegelijkertijd oefeningen. Je zou dit
het
beste kunnen vergelijken met een soort voetzool reflexmassage. De
deelnemers
knikken, lachen en maken uitnodigende gebaren. Het park is met veel
zorg
aangelegd en goed onderhouden. In de verte hoor ik zachte muziek. Ik
loop er op
af. Twee mannen zitten op een stenen bankje en spelen op een Chinese
2-snarige viool
(erhu). Een vrouw in een regenjas heeft haar fiets tegen een hekje
gezet,
daarna haar jas uitgetrokken en staat nu met hoge stem en vol overgave
te
zingen. Het blijkt een deel van een Chinese opera te zijn. Een
toehoorder zit
ritmisch mee te klappen. Ik schuifel steeds dichterbij. Het is prachtig
en ik
sta gefascineerd te kijken. Het is zo mooi de intensiteit, ernst en
geconcentreerdheid
van deze mensen te zien en te voelen. De vrouwen die op een bankje
tegenover de
muzikanten zitten te luisteren, nodigen mij uit naast hun plaats te
nemen. Eén
van de vrouwen staat meteen op en biedt mij haar kussentje aan. Ik
geniet. Na
afloop applaudisseer ik enthousiast. Iedereen lacht, buigt en begint
ook te
klappen. Ik neem afscheid met een buiging. Een stuk je verder zijn een
aantal
mannen met ontbloot bovenlijf gymnastische oefeningen aan het doen. Er
staan
allerlei toestellen in het park, waarbij steeds andere spiergroepen
geoefend
kunnen worden. Er is dus over nagedacht. Voor ieder is wat wils.
Eén van de
mannen ziet dat ik sta te fotograferen en slooft zich nog eens extra
uit door
zich lachend als een aap langs een rek te slingeren. De overeenkomst is
treffend. Een man staat op een grasveldje in z’n eentje tai
chi te beoefenen.
Hij doet dat gewapend met een uitschuifbaar zwaard en een i-pod. Hij
ziet
niemand en gaat onverstoorbaar door met zijn oefeningen. Het is een
steeds
terugkerende serie bewegingen die hij herhaalt in alle vier de
windstreken.
Nadat we nog een groepje muciserende mannen, een ploeg volleyballers en badmintonspelers gepasseerd zijn, arriveren wij bij de volgende poort die wij onderdoor lopen. We nemen dezelfde weg terug, maar nu over de muur. De weg over deze muur heeft de breedte van een boulevard. De lengte is 13,7 km en voor de liefhebbers zijn er fietsen te huur. Er rijden zelfs elektrische wagentjes. Ik heb een mooi uitzicht over een deel van de stad, een deel en niet meer dan dat. Als we terug zijn bij de zuiderpoort verlaten wij de stadsmuur en lopen weer de binnenstad in. Langs de brede drukke wegen zijn volop grote warenhuizen. We lopen een willekeurige binnen. De gehele parterre ( in China is dat de eerste etage) staat in het teken van het naderende moonfestival, één van de belangrijkste feesten van de Chinezen. Er worden dan mooncakes gegeten dus de benedenverdieping is volledig gevuld met allerlei luxe dozen, blikken en andere verpakkingen met mooncakes. Gelukkig heeft dit warenhuis nog wel iets meer te koop. Er zijn, behalve één verdieping onder de grond, ook nog 14 verdiepingen er boven.
Omdat we wel iets willen eten en drinken bezoeken wij de lunchroom op de veertiende etage. Deze is natuurlijk weer heel groot. Het is selfservice. Er zijn allemaal afzonderlijke balies en er is veel keuze uit spijs en drank. Het systeem werkt als volgt: je koopt een soort creditkaart voor een bepaald bedrag. Met deze creditcard koop je dan bij één of meerdere balies datgene wat je uitgekozen hebt en aan het eind lever je bij de kassa je creditkaart weer in en krijgt het geld wat over is contant terug. Als je het systeem één keer door hebt is het heel gemakkelijk… Als ik op de bovenste roltrap sta heb ik kan ik duizelingwekkend ver naar beneden kijken. Het warenhuis verkoopt werkelijk alles. 3 etages alleen dameskleding. Het valt mij op dat de kleding hier niet veel goedkoper is dan bij ons. Ik kijk nog even bij de afdeling keyboards, een zaal vol met de nieuwste keyboards met de nieuwste snufjes. Terug naar het hotel.
