de
letter j
Het
was 1967.
Mijn vader was
vijfentwintig jaar werkzaam bij de firma Jongeneel, houthandel te
Utrecht.
Dit heugelijke feit werd
groots gevierd.
Een zaal, het personeel,
alle zakelijke relaties uit het hele land, kortom iedereen was aanwezig.
Veel toespraken en
cadeaus.
Mijn vader was een
geweldige vertegenwoordiger.
Niet iemand die zijn
klanten, grote houthandelaren in heel Nederland, iets in de maag
splitste.
Hij deed zaken met
verstand en deskundig advies en werd door zijn klanten zeer gewaardeerd.
Legio anekdotes deden de
ronde over hem.
Toen de directeur van het
bedrijf het woord gevoerd had en hem had overladen met complimenten,
kreeg mijn vader datgene
wat iedereen kreeg die vijfentwintig jaar bij de zaak werkte: een
gouden speld met de letter J van
Jongeneel.
Onder luid applaus begon
de directeur de J op te spelden bij mijn vader.
Kennelijk had de
directeur wat moeite met de stugge stof van de revers en duurde een
tijdje.
Inmiddels was het applaus
verstomd en viel er even een stilte, waarop mijn vader zachtjes, maar
toch voor iedereen duidelijk
hoorbaar, zei:
“Doet u maar rustig aan,
mijnheer, ik heb in mijn leven wel eens vaker een J opgespeld
gekregen……”

© copyright paul hammelburg 2008