aluminiumfolie
Af en toe iemand voor de
gek houden vind ik leuk, ik kan er niets aan doen.
Een klein sadistisch
genoegen, een practical joke dus.
Al jaren komt op de
camping waar ik ’s zomers placht te verblijven een vrouw,
genaamd Nel.
Ik ga haar proberen te
omschrijven, het geen niet meevalt in een paar zinnen.
In de eerste plaats omdat
het nogal veel Nel is.
Verder is zij een wat
naïeve goedlachse tante met zo haar eigenaardigheden, zoals
ieder mens die
heeft.
Dit laatste voeg ik met
opzet toe om niet de kans te lopen de volgende maal dat ik in de
Dordogne vertoef, met pek en veren
besmeurd te worden.
Eén van die
eigenaardigheden is dat zij altijd met een harde, indringende stem zeer
aanwezig is.
Een aantal jaren geleden
zat ik met haar op het terras aan een glas rode wijn.
De zon liet zich gelden
en was flink pikkerig.
De wolken begonnen in
grootte en aantal flink toe te nemen en er was voor die avond onweer
voorspeld door météo
France.
Zoals alle Nederlanders
in het buitenland hadden ook wij het over het weer.
Zij schreeuwde zo
ongeveer over het terras dat “zij het in haar broek deed voor
onweer!”
Natuurlijk was dat voor
mij aanleiding om nog eens in geuren en kleuren te vertellen over alle
verschrikkelijke
onweersbuien die wij al in de loop van de jaren in de Dordogne hadden
doorstaan.
Het liefs had ik dit
toegelicht met geluidsfragmenten en lichtbeelden.
De oh’s en ah’s waren
niet van de lucht, de zon inmiddels wel.
Ik adviseerde Nel om de
scheerlijnen van de tent naast haar caravan maar eens te controleren.
Nel woonde in een kleine
caravan en haar zoon had een tent vlak daarnaast.
“Ik ga daar echt niet in
zitten”, verkondigde Nel.
“Stel je
voor dat de bliksem inslaat!”
“Nelleke, ik weet daar
een goede oplossing voor.”
“Hoezo? Wat? Vertel?”
Ik vroeg of zij een rol
aluminiumfolie in de caravan had.
Dat had zij.
“Goed”, zei ik.
“Wat je moet doen is het
volgende. Om de scheerlijnen van de tent wikkel je
aluminiumfolie.
Je hebt dan prachtige
bliksemafleiders.”
Zij vond dit een geweldig idee, hobbelde richting
tent en ging onmiddellijk aan de slag.
Twintig minuten later stond
naast de caravan een beige tentje met zilverkleurige scheerlijnen.
Het geheel had wel iets
weg van een kerstboom in z’n nadagen.
Pontificaal ging Nel voor
haar caravan zitten en bedankte mij nog eens uitbundig voor het goede
advies.
Nel gilde naar iedereen
die het horen wilde, dat haar zoon niets kon overkomen.
Het was eigenlijk niet
nodig om zo te gillen, want bijna iedere kampeur kwam langs geparadeerd.
Het was een lange optocht
bestaande uit gniffelende of hardop lachende mensen van internationale
samenstelling.
Dit wereldwonder wilde
niemand missen.
Het was dan ook wel een
komisch gezicht en het feest had nog uren kunnen duren, als er geen
kink in de kabel kwam.
Iemand merkte achteloos
op dat het misschien toch ook wel verstandig zou zijn als ze haar
caravan op houten kratjes zou
zetten….
Ineens viel het kwartje
en Nel barstte uit in pure woede.
Deze woede concentreerde
zich geheel en al op mij.
Wat kunnen mensen toch ondankbaar zijn!
Het heeft vele jaren
geduurd voordat zij het mij wilde vergeven en nog steeds komt de
kwaadheid aan de oppervlakte, als
ik het er over heb.
Zij zal waarschijnlijk
ook niet echt gelukkig worden van dit stukje.
Maar ja, ik kan het niet
laten...
© copyright paul hammelburg 2008