tom
Tom
is de hele middag al
opgewonden.
Er wordt in huis gefluisterd, nee
gegild, dat Sinterklaas vanavond komt.
Daar moeten nog uitgebreide
voorbereidingen voor getroffen worden.
Eerst zijn kamer maar eens
opruimen en zijn trommel oppoetsen.
Hoe lang duurt het nog voordat
hij komt?
Wanneer is het avond?
Het opruimen lukt niet echt,
trommel poetsen gaat een beetje beter.
“Tom, ga maar even lekker
douchen.”
“Ja.”
Hij loopt naar boven en begint
zich uit te kleden.
“Jij, moet mij helpen.”
Als hij klaar is met douchen, kiepert
hij een halve fles Old Spice over zijn hoofd.
Aftershave?
Ja, aftershave.
Tom is namelijk 43 jaar.
Hij heeft het syndroom van Down,
hij is een ‘mongool.’
Op deze bijzondere dag mag hij
best extra lekker ruiken.
Dus maakt Tom aanstalten om nog
een beetje aftershave op zijn nek te smeren.
“Niet op je nek, Tom, dat gaat
bijten.”
“Ja, ik wil mijn pak aan, voor Sinterklaas”
Tom heeft voor zon- en feestdagen
een donkerblauw kostuum met krijtstreepje en vest.
Er komt een hel blauw overhemd
bij en een rode stropdas, die al voorgeknoopt in zijn kast hangt.
Hij is een grote fan van Sinterklaas.
Op zijn kamer hangt een
poster met een levensgrote afbeelding van de goedheiligman.
Soms begint hij in mei of in juli
plotseling een hele verhandeling over Sinterklaas, die nu ook wel aan
het zwemmen zal zijn of bij
Albert Heyn boodschappen aan het doen is.
De warme maaltijd wordt in een
rap tempo naar binnen gepropt en Tom neemt alvast een strategische
positie in, vlak bij
de voordeur.
Het zal nog wel een uurtje duren
voordat de Sint komt, maar hij zit klaar.
De anderen roepen, lachen en
springen door de kamer, maar Tom laat zich door niets van de wijs
brengen.
Er gaat een Sinterklaas cd op en
Tom doet een laatste korte training door mee te trommelen op de bank.
Even verlaat hij zijn plekje en
loopt naar de spiegel.
Uit zijn binnenzak haalt hij een
klein kammetje, waarmee hij zijn haren nog even recht legt.
Inmiddels liggen zijn beide
schouders vol roos.
Dan gaat eindelijk de bel!
Tom vliegt overeind en loopt snel
de gang door naar de voordeur.
De deur gaat open en daar staat
hij, zijn idool, Sinterklaas, dit jaar zelfs met twee pieten.
En daar gaat Tom los:
“Goedenavond, Sinterklaas, harte… hartelijk
welkom. Komt u binnen.”
Het komt er met een donkere
keelklank en in staccato uit.
Een diepe zucht volgt, zo, dat is
gelukt.
Na ‘Sinterklaasje kom maar binnen
met je knecht’ gaat de Sint zitten op de voor hem bestemde
stoel.
Tom duwt één van de pieten een
beetje opzij en gaat pal naast de stoel staan.
Gelukkig onthoudt St. Nicolaas
alles en dus ook dat je Tom geen groter plezier kan doen dan hem op de
staf te laten passen.
“Tom, zou jij de staf voor mij
willen vasthouden?”
Er verschijnt een stralende lach,
van oor tot oor.
Zijn ogen beginnen te glinsteren.
Met beide handen pakt hij de staf
aan en richt zijn blik op de krul boven hem.
Dit hoogst verantwoordelijk werk
wil en zal hij tot een goed einde brengen.
De Sint spreekt iedereen toe en
deelt cadeautjes uit.
Als Tom aan de beurt is gaat hij
recht voor Sinterklaas staan.
De staf tussen hem en de Sint.
“Wil jij misschien voor mij een beetje trommelen?”
“Ja, die is op mijn kamer.”
Nu breekt er een moeilijk moment
aan voor Tom.
Hij kan niet èn trommelen èn de
staf vasthouden.
Eén van de pieten wil de staf van
Tom aannemen, maar die vertrouwt dat niet helemaal.
En dus geeft hij de staf terug
aan Sinterklaas.
Dat kan in ieder geval geen
kwaad.
Hij verdwijnt naar boven.
.............................................................................
© copyright paul hammelburg 2008