geja
Nadat ik geslaagd was
voor mijn eindexamen had ik een heerlijke
lange periode van freewheelen in het vooruitzicht.
Ik was vrij en ik was
blij.
Deze zomer was ik al
negentien geworden.
Wie deed mij wat!
Sinds een paar jaar had
ik de meisjes ontdekt.
Het vervelende was dat aanvankelijk
de meisjes mij nog niet hadden ontdekt, wat veel stil liefdesverdriet tot
gevolg had.
Maar sinds enige tijd was
het anders, ik had vriendinnetjes bij de vleet.
Op alles wat bewoog, werd
ik verliefd, als een verslaafde kettingroker.
Tot ik ‘verkering’ had,
want dan zakte de liefde binnen één tot drie
weken in elkaar als een mislukte omelette Sibérienne.
Eigenlijk was het een
onophoudelijke en lange poging mijzelf te bewijzen.
Zo was de situatie toen
een vriend mij uitnodigde een weekje mee te gaan naar Schiermonnikoog.
Wij zouden naar het huis
van Nanette, een vriendin van hem gaan.
Zij, haar zus en nog een
vriendin gingen ook mee.
Hans en ik reden samen
naar Lauwersoog en daar ontmoette ik Geja.
Ik zag haar en na ongeveer
drie en een halve seconde
was ik
verliefd.
Geja was de zus van
Nanette,
Geja was blond,
Geja
had een
leuke lach,
Geja had een leuke stem,
Geja was negenentwintig
en
Geja liet meteen blijken mij ook wel leuk te vinden.
En dan was er nog
Teuntje.
Teuntje was de vriendin
van Nanette en, in stilte, verliefd op haar.
Teuntje bleek in de
praktijk meer een Teun.
Het zat eigenlijk als
volgt: Teuntje had al, met goed gevolg, het schriftelijk examen
lesbienne afgelegd, maar moest nog
afrijden.
Vanuit het centrum was
het een kleine tien minuten lopen naar het vakantiehuisje.
Daar aangekomen, bleek
dat ook de moeder van Nanette en Geja en Diederik, een mannetje van
vier jaar, in het huisje
gepropt moesten worden.
Een mannetje van vier
jaar?
Waar kwam die nou opeens
vandaan?
Diederik bleek het
zoontje van Geja te zijn.
Ach, het maakte allemaal
niet zo veel uit, ik
was tenslotte al
ruim anderhalve maand negentien….
De moeder vertelde mij,
die dag meerdere malen, mij vertrouwelijk bij de arm pakkend, dat ik
rustig ‘Cecile’ mocht zeggen.
Ik hield categorisch vol
‘mevrouw De Vries’ tegen haar te zeggen.
Een lichte teleurstelling
kon mevrouw De Vries daarover niet onderdrukken.
Hans en ik sliepen in een
tentje en Teuntje sliep in een ander tentje.
Zij was erg sportief en
stapelgek op honkbal.
Daarom had zij drie
handschoenen en een bal meegebracht.
De eerste ochtend stond
ik al keiharde ballen van haar op te vangen met een handschoen die niet paste.
Bij elke bal die Teuntje
op mij los liet, riep zij: “Denk om je flap, denk om je
flap!”
Na een ochtendje hadden wij
het wel gezien met die honkbal, maar we zijn die week wel te pas en te onpas blijven roepen:
“Denk om je flap.”
De eerste dag zocht ik steeds
Geja op en zij mij.
De spanning tussen ons
liep met het uur op en tegen de avond had ik het gevoel dat ik licht
begon te geven.
’s Avonds speelden wij
Monopoly, waarbij wij dicht tegen elkaar kropen.
De hele gemeente begreep
al wat er aan de hand was.
Geja verkocht mij haar
straten veel te goedkoop.
Wij kusten elkaar
goedenacht, iets te heftig en iets te lang.
Die nacht kon ik de slaap
maar niet vatten.
Ik lag te draaien en te
draaien.
Hans en ik raakten aan de
praat.
“Je vindt haar wel erg
leuk, hè?”, fluisterde hij.
“Hoezo, kun jij het aan
mij merken?”, antwoordde ik onnozel met een tegenvraag.
“Nou nee, behalve dan dat
je de hele dag met een smile van oor tot oor loopt, zodra ze in beeld verschijnt.
En dat ze de hele avond
zo ongeveer bij je op schoot zat.
En dat het kwijl uit je
mond loopt als ze naar je lacht.
En dat toen ze iets vroeg
waar je niet meteen antwoord op wist, jij een hoofd kreeg als een
tomaat met hoge bloeddruk.
Maar verder iets aan je
merken, nee, niet echt”.
We raakten verzeild in
een langdurig lachbui, totdat Teuntje vanuit haar tent riep of het iets rustiger kon.
Waarna wij overgingen op
een iets meer onderdrukte dialoog.
“Jongen, ze is toch veel
te oud voor je en wat moet jij met een kind van vier”,
verkondigde Hans zijn mening.
Ik vond het allemaal maar
bijzaak, slechts kleine details.
Ik was verliefd en dat
was het enige dat telde.
Uiteindelijk viel ik in
een onrustige slaap en droomde van de maan.
Die glimlachte naar mij
en zij met een knipoog: “Denk aan je flap.”
Omdat niemand enthousiast
opstond, ging ze uiteindelijk maar hardlopen in de duinen.
Geja en ik begroetten
elkaar, zoals wij gisteravond afscheid hadden genomen.
“Wil jij nog wat eten,
Paul?”, vroeg mevrouw De Vries.
“Nee, dank u, mevrouw De
Vries”, antwoordde ik.
“Zeg maar gerust Cecile
hoor”, kraaide mevrouw De Vries al weer.
“Dat vind ik juist wel
leuk!”, voegde zij aanmoedigend toe.
Iets, diep in mij, zei
dat ik dat niet moest doen.
Nadat Teuntje
teruggekeerd en uitgelekt was, trok het hele gezelschap naar het dorp.
Een terrasje pikken en
mensen kijken.
Ik zag niets en niemand,
behalve Geja.
De gesprekken werden
langer en langer, over haar leven, over mijn studie die ging aanvangen.
Over haar vader, die
specialist was.
Over de scheiding van
haar vader en moeder.
Over de eenzaamheid van
mevrouw De Vries, die voor Diederik zorgde als Geja er niet was.
De dag vloog om.
Iedereen was slaperig van
het de hele dag in de buitenlucht zijn.
Behalve Geja en ik.
In de loop van de avond
stelde ik voor om naar de duinen te trekken.
In stilte hoopte ik vurig
dat niemand verder mee zou gaan.
Niemand ging mee….
behalve Geja.
Snel zochten wij wat
spullen bij elkaar: wijn, een slaapzak, hoofdkussen.
Het was een warme
zomeravond.
De duinen en de zee werden
in helder licht gezet door de volle maan.
De golven dansten als
primaballerina’s op de maat van de milde bries.
Het applaus dat opsteeg
uit de zee zwol aan en nam weer af en zwol weer aan.
Ik maakte een klein
vuurtje op het strand.
Een vuurtje om naar te
kijken, niet om ons te warmen.
Wij dronken wijn en keken
naar de zee en naar elkaar en naar het vuurtje en naar elkaar.
Kusten elkaar
voorzichtig.
Gespannen keken wij naar
de vloedlijn, die langzaam ons vuurtje naderde.
En toen het zeewater het
vuur dreigde te overspoelen, renden wij de duinen in, gillend als
kleine kinderen.
Vielen in elkaars armen,
kussend, niet meer voorzichtig.
Hartstochtelijk en
oneindig lang.
Het applaus klonk nog
steeds en wij maakten een diepe buiging, voordat wij samen in de
slaapzak kropen.
Wij trokken ons terug
achter de coulissen, een beetje verlegen, een beetje wennen.
Uiteindelijk sliepen wij
in, overweldigd door elkaar.
Rond vijf uur, het was
nog donker, werden wij wakker.
Dronken van liefde, wijn
en slaap liepen wij over de hoge dijk terug.
Het decor was
sprookjesachtig.
De grote maan voor ons.
Links en rechts stond het
hoge koren.
De wind deed de golven
van de zee overvloeien in golven die het koren heen en weer deden
wuiven.
Wij hielden stil en
beleefden.
Rolden van de dijk,
elkaar stevig vasthoudend.
Bij schemerlicht waren
wij weer terug.
Een paar uur later, wilde
Teuntje met mij honkballen en Diederik met mij voetballen en maande mevrouw De Vries mij:
“Zeg toch Cecile!”
Ik had al gezien dat vlak
voor het centrum een drogist was.
.....................................................................................
© copyright paul hammelburg 2008